45
 
Blauw bloed

De mysterieuze vrouw.

"Ik had van deze tentoonstelling gehoord en kwam maar even kijken."
"Neen, ik stel hier zelf niet tentoon, neen."
"Waarom niet, ja waarom niet, ik ken deze mensen niet."
"Ja, ik heb wel wat werk dat ik zou kunnen laten zien."
"Ja, misschien wel ja."

Raar vrouwke, even negeren en naar een ander werkje kijken.

"Ja, dat vind ik mooi ja."
"Hou jij ook van deze stijl ?"

Hup, even doorschuiven naar een ander werkje. Opnieuw komt ze naast me staan. Jandorie, volg mij toch niet steeds. Mens, wat ben jij opdringerig, ik wil gewoon in mijn uppie even rondsnuffelen hoor. Wat een brutaliteit, ze neemt gewoon mijn hand vast. Wij zijn geen koppeltje hoor. Ik trek mijn hand terug en steek die in mijn jaszak. Vrouwen met een dergelijke zelfzekerheid daar word ik bang van hoor.

Enkele passen verder is een deur die open staat. Misschien is er daar ook een tentoonstelling. Nieuwsgierig ga ik door de deur en kom in een grote lege ruimte terecht met in het midden een zetel. Een driezit volgens mij en ik zie beweging in de zetel. De zetel staat met de rug naar mij toe en ik kan niet zien wie erin zit. Als ik dichter kom zie ik twee schaars geklede dames die elkaar aan het liefkozen zijn. Oeps, verontschuldig ik mij. Opgewonden kijken ze me aan en beiden reiken hun handen naar mij en willen me bij hen trekken.
Ik trek me los uit hun grijpende handen en vlucht weg door een andere deur. Opnieuw kom ik in een grote ruimte terecht maar deze keer is die gevuld met veel mensen. Op een podium staan muziekanten die muziek maken. De mensen luisteren naar het ensemble.
Neen maar, jij weer, hetzelfde vrouwke van in de tentoonstelling.

"Ja ik heb die twee dames gezien, het is via hun dat ik hier terecht gekomen ben."
"Maar neen ik heb met hun niets gedaan."
"Ik hoef mij aan jou toch niet te verantwoorden, ik ken jou niet eens."

Opnieuw neemt ze mijn hand vast. Mens, ga je mij een beetje stalken ?

"Ik begrijp niet waarom je jaloers bent ?"
"Dring jezelf toch niet zo op, ik wil de uitgang, ik wil hier weg."

Ik maak me los van haar en vind een uitgang. Ik kom op de straat terecht en zoek mijn auto maar vind die niet. Ik ben er zeker van dat ik hem hier geparkeerd had. Jandorie waar is mijn auto ? Zou hij gestolen zijn ? In het holst van de nacht loop ik de ene straat in en de andere uit. Mijn auto, waar is mijn auto ? Dat is een ramp, zonder auto ben ik verloren, ik vind hem niet, wat moet ik doen ?

"Neen toch, jij weer, ga je me echt overal volgen ?"
"Maar neen, ik loop niet doelloos door de donkere straten, ik zoek mijn auto, ik wil naar huis."
"Of je me naar huis mag brengen ?"

Ik sta met mijn rug tegen de muur.

"Ja, ik kan niet anders dan met je mee rijden, het is veel te ver te voet."
"Daar is een tankstation, ik ga daar eerst even een pakje sigaretten kopen."

Als ik naar het tankstation wandel komt ze met haar auto aangereden. Voor het tankstation stopt ze en wacht op mij. Ze heeft een mooie auto, iets sportief, die moet heel duur zijn, echte klasse.

Ik spring uit mijn bed en trek het gordijn open. Goddank, mijn autootje staat onder de carport. Opgelucht ga ik op de rand van het bed zitten. Het was maar een droom. Wat een nare droom. Ik ben met een heel onprettig gevoel wakker geworden en de dag moet nog beginnen. Ik kijk naar de klok. Het is nog te vroeg maar de broodjeszaak is al open.

In de broodjeszaak zit ik aan mijn bakje koffie, de krant nog opgevouwen voor mij. Het gevoel dat mijn auto gestolen was zit nog in mij. Ook al zijn dromen bedrog, ik voel me er echt niet lekker door en dan die vrouw ? Dat lesbisch koppeltje ? Met een radeloos gevoel langst de straten dolen in het holst van de nacht. Als vrijgezelige man ken ik dat gevoel als geen ander.

Ik kan maar beter naar mijn werf rijden en heel dat nare gevoel van me af zetten. Na de koffie te hebben afgerekend stap ik op de straat naar mijn auto. Als ik de deur wil openen om in te stappen hoor ik iemand achter mij roepen.

"Joehoe !"

Ik draai mij om en zie een jonge vrouw naar me zwaaien. Plots bemerkt ze dat ze zich vergist heeft. Waarschijnlijk hield ze me voor iemand anders. Verveeld laat ze haar hand zakken en wandelt verder. Jammer, denk ik bij mezelf, jij leek echt mijn type wel.

Dagen gaan voorbij en ik begeef mij naar de fotograaf. Tijd om een nieuw foto apparaatje te kopen. Dat ouwe ding van mij werk nog maar voor de helft. Ik sta te wachten aan de toog om te betalen als de winkeldeur open gaat en er iemand binnen komt. Hetzelfde vrouwtje dat een week geleden naar mij zwaaide. Ik ben er zeker van, zij is het. Ze doet of ik er niet ben maar ik voel haar aandacht bij mij zijn. Mensenlief, zij is echt mijn type. Ik reken af en verlaat de zaak. Ja goed, ik heb ze twee keer kort na elkaar ontmoet. Toeval, meer niet.

Met een oproepingsbevel sta ik aan het loket van de burgerlijke stand op het gemeentehuis aan te schuiven om mijn nieuw paspoort af te halen. Duurt allemaal lang hoor, pfff. Uiteindelijk overhandig ik mijn papiertje aan de lokettiste. Ze snuffelt in een bakje met allemaal identiteitskaartjes en haalt het mijne eruit. Wordt netjes in een beschermhoes gestoken en ik haal mijn portemonnee uit mijn achterzak. Het loket verlatend steek ik mijn portemonnee, met nieuw pasje erin, terug in mijn achterzak. De rij wachtende mensen was achter mij al flink wat langer geworden. Plotseling sta ik bijna aan de grond genageld. Zij staat in de rij wachtende mensen aan te schuiven. Mijn reactie moet boekdelen gesproken hebben, stuur en boos kijkt ze streng voor zich uit. Doorgaan Karel, gewoon doorgaan.

Het leven gaat verder. In de broodjeszaak zit ik aan de koffie de krant te lezen. Wachten tot het tijd is om naar mijn werf te rijden.

"Goede morgend."

Pfff, de laatste vrouw waar ik nood aan heb, mijn stalkster. Vouw de krant maar dicht en drink samen met haar een bakje koffie. Dat mens weet precies waar ik wanneer ben en stapt dan gewoon binnen. Uiteindelijk word ik door de bel gered. Het is tijd om door te gaan en ik reken onze koffies af. Mijn stalkster verlaat de zaak al als het vrouwtje van de broodjeszaak mij nog even ophoud en een praatje met me maakt. Ze vraagt wat over dit en ze vraagt wat over dat. Na een kort gesprekje verlaat ik de zaak. Als ik de deur opendoe zie ik nog net mijn stalkster wegrijden. Opnieuw klopt mijn hart in mijn keel. Op nog geen meter van mij loopt ze op het voetpad voorbij met een brood in haar handen. Ga gewoon naar je auto Karel, roep ik heel hard in mezelf. Ik steek de straat over en stap in mijn auto. Ze heeft mij gezien, ik ben er zeker van. Achter het stuur volg ik haar met mijn ogen, mijn autosleutel in mijn handen. Ze moet hier ergens wonen, ze komt net van de bakker. Dit kan geen toeval meer zijn. Als het vrouwtje van de broodjeszaak mij niet had aangesproken zou ik haar nooit gezien hebben. Dit was seconden werk, timing van het leven. Aan het zebrapad stopt ze om de straat over te steken. Ze kijkt, er komen geen auto's aan, waarom blijf je dan mijn richting uit kijken en steek je niet over ? Ze zoekt mij, ik zit hier in mijn auto en ze ziet me niet. Mijn stalkster rijdt weg en zij passeert. Wat geweest is verdwijnt en wat komt is onderweg. Dat kan niet, het is te mooi om waar te zijn.

Ik stap mijn stamkroeg binnen. Aan de toog staat een groep mensen en met oogkleppen wring ik me erdoor om aan de andere kant terecht te komen. Zet mij daar op een barkruk en bestel mijn biertje. Zaterdag avond, gewoonlijk is het dan wat drukker in mijn kroegje. Enkele mensen van het groepje ken ik maar de anderen niet. Als ik het glas aan mijn mond zet en erover heen kijk verslik ik me haast. Op de hoek van de toog, daar zit ze. Dat kan niet, jij komt mijn territorium binnen, dit is mijn habitat, mijn veilige leefruimte en daar aan de toog zit je. Ze behoort tot dat groepje mensen dat ik met oogkleppen doorgewroet ben om hier terecht te komen, ik was haar gepasseerd. Jij komt hier nooit, ik heb jou hier nog nooit gezien. Ze weet dat ik er ben, ik voel het. Ik pas niet bij haar, ze is veel jonger dan ik, deze vrouw is veel te mooi voor mij, ze is een godin, ze heeft blauw bloed. Door deze kerk krijg ik geen kogel, dat is vechten tegen de bierkaai. Nu ben ik mooi in de aap gelogeerd. Op enkele meters van mij zit de vrouw van mijn dromen. Ze is nu zo mysterieus geworden dat ik het raadsel wil oplossen. Ze is onbereikbaar, bovendien wordt ze omring door mannen die allemaal hun best doen haar gunsten te verkrijgen en ik ga er echt niet bijstaan om haar aan te spreken, die les heb ik wel geleerd. De tijd is nog niet rijp, blijf op je kruk zitten Karel. Ik probeer haar ouderdom te schatten. Haar kleine rimpeltjes verraden dat ze geen twintiger meer is. Ergens in de dertig ? Ik ben te oud, ik heb Abraham al gezien, in mijn geval was het de grote beeldhouwer. (Lees : 37 Het pleidooi.)

Iemand in haar gezelschap heeft boekjes bij. Ze neemt een boekje, legt dat op de toog, opent het met de cuver naar mij gericht en doet of ze er in leest. Hoezo oud ? Een boekje van Peter van Straaten getiteld : « hoezo oud ? » Ze weet waar ik aan zit te denken. Ze doet het expres, ze opent het boekje zodanig dat ik de titel kan lezen. Ze toont me de titel van het boekje. Ze leest er echt niet in. Dan kijkt ze naar mij, niet zomaar naar mij maar recht in mijn ogen. Eventjes, doet het boekje dicht en geeft het terug. Nu flip ik helemaal. Dat is de eerste keer dat ze me aankijkt. Wat wil je daarmee zeggen ? Wat bedoel je ? Moet ik het hoopgevend of afwijzend interpreteren ? Dit is geen toeval, wie neemt er nu boekjes mee op café bezoek ? En dan nog uitgerekend dàt boekje op deze avond ? Ze wordt opgeslokt door haar gezelschap. Aandacht van de mannen heeft ze duidelijk in overvloed. Ik voel me jaloers worden. Het zal me worst wezen, ik sta op en spreek haar aan. Blijf op je kruk zitten, hoor ik heel hard in mezelf roepen. Dit is geen droom meer dit is een nachtmerrie. Mijn droom, ik heb dit gedroomd, hoe ging mijn droom alweer ? Hier moet een oplossing in te vinden zijn. In een droom zijn veel dingen andersom. Het is niet ik die haar liefde weigerde maar zij de mijne. Zij was niet jaloers maar ik. Dat lesbisch koppeltje dat heeft iets met mijn stalkster te maken. Ze beweert dat ik voor haar de enige ben maar roefelt er zelf maar een eind op los. Haar losbandig leven doet me eigenlijk wel een beetje pijn, ik moet dat overwinnen, ik moet me van haar losrukken. Mijn auto die gestolen was, wat heeft dat te beteken ? Radeloos liep ik door de straten op zoek naar mijn auto. Zo voel ik me nu, ik voel me nu echt radeloos. Ze wachte op mij, ze zat in haar auto op mij te wachten toen ik een pakje sigaretten ging kopen in het tank station. Dat is het, dat is de weg naar haar. Ik moet stoppen met roken. Ze wacht op mij tot ik gestopt ben met roken. Ik stop nu met roken, ik wil ook van blauwe bloede zijn.


Dit verhaaltje is maal gelezen.




Verklaringen :

Blauw bloed
Vermoedelijk is de uitdrukking via het Engelse « blue blood » in de negentiende eeuw in het Nederlands terechtgekomen. De Engelse online-encyclopedie Wikipedia meldt dat blauw bloed in heel Noord-Europa gebruikt werd om mensen uit de hogere klassen mee aan te duiden. Doordat zij niet buiten werkten, werd hun huid niet gebruind door de zon en bleef de blauwachtige kleur van hun aderen duidelijk zichtbaar door de huid heen.

De kogel door de kerk.
In vroeger tijd werden in gevechten de kerkgebouwen uit respect ontzien. Als de vijand zich niet aan deze ongeschreven regel stoorde en zijn kogels ook door de kerk schoot, dan betekende het dat het ergst denkbare was gebeurd.

Tegen de bierkaai vechten.
Deze uitdrukking is ontstaan in Amsterdam. De bewoners van de Bierkade (een deel van de Oudezijds Voorburgwal, gelegen bij de Oude Kerk) stonden bekend als echte vechtersbazen. Wie het tegen hen wilde opnemen, kon er bij voorbaat zeker van zijn de strijd te verliezen.

In de aap gelogeerd
Waar de uitdrukking in de aap gelogeerd zijn vandaan komt, is niet precies bekend. Wel mogen we aannemen dat (In) De Aap de naam (of spotnaam) was van een herberg waar het verblijven niet prettig was of nadelige gevolgen kon hebben, of waarvan men vermoedde dat dat het geval was. Die naam of spotnaam zou dan te danken zijn aan het negatieve imago dat een aap had. Het is ook mogelijk dat er een aap was afgebeeld op het uithangbord van zo'n herberg.

Abraham gezien
Abraham gezien hebben betekent 'vijftig geworden zijn'; het wordt van mannen gezegd. vrouwen die 50 worden, zien Sara.

Bron :
www.onzetaal.nl/advies/spreekwoorden.php