52
 
Ate

De bok van de Farao

Griekse oudheid 1.623,25 jaar v.Chr.


Elke jaar dezelfde tocht naar Thebe met die stomme geit. Normaal doe ik het op drie dagen maar met de koppigheid van dat beest doe ik er eens zo lang over. Vermits ik een jongen ben en de oudste van ons gezin, ben ik het die elk jaar onze geit naar de bok van nonkel Fredo moet brengen. Heb al genoeg keren aan moeder gevraagd waarom dat eigenlijk nodig is en het enige antwoord dat ik dan krijg is dat ze van elkaar houden en elkaar kusjes geven. Het is nu de vierde keer dat ik met onze geit nonkel Fredo bezoek in de grote stad en telkens sluit hij die twee samen op in een hok en ik moet dan maar wat gaan wandelen in de stad en tempels bezoeken.

Deze keer is de tocht wel anders. Het was tijdens een bezoek aan één van de tempels dat ik vorig jaar een meisje heb ontmoet. Haar naam is Ate, ze is twee jaar jonger dan ik, vorig jaar was ze zestien dus als het goed is zal ze nu zeventien zijn. De reis is minder zwaar nu, ik voel me als door vleugels gedragen. De tocht naar de Nijl is het moeilijkste. Eens aan de Nijl aangekomen kan ik in Ipu de boot naar Thebe nemen.

De wind blaast in de zeilen, de boot zit vol met mensen, dieren en goederen. Mijn geit vast gebonden sta ik op de punt van de boot en kijk ik in de verte naar de stad Thebe die steeds dichterbij komt. Zou ze mij nog herkennen ? Het is al een jaar geleden, misschien weet ze het niet meer dat ik vorig jaar met haar, hand in hand de tempels bezocht heb. Toen nonkel Fredo zei dat het gelukt was, wat dat ook moge betekenen en ik terug naar huis moest, hebben we met tranen in onze ogen afscheid genomen. Toen heb ik die enige en laatste zoen gekregen.
In mijn tas heb ik een geschenk bij voor haar, een koperen diadeem. Zelf gemaakt in onze smidse, weken mee bezig geweest, telkens ik even de tijd had, extra dun heb ik het gesmeed. Dat stukje koper heb ik geruild voor een kip. Toen moeder de kip miste zei vader dat die wel door een vos zal zijn opgegeten. Voor zilver moest ik een koe geven en voor goud een paard. Een koe hebben we niet en de twee paarden die we wel hebben zijn veel te belangrijk voor ons.

De boot meert aan. Mijn geit durft niet op de loopplank naar de stijger en ik neem het beest maar op. Volgens mij ruikt ze de bok al want ze is erg zenuwachtig. Jij moet maar even wachten , ik ga eerst Ate opzoeken, ik wil weten of ik nog welkom ben.

Ate woont aan de noordrand van Thebe, bij haar ouders in een gezellig huisje ietsje buiten de stad. Ik moet heel Thebe door om er te komen. Druk is het hier toch, met een touw in mijn hand, waar een geit aan hangt, een tas om mijn schouders, loop ik tussen een mensenmassa die druk bezig zijn met van alles. Er wordt gebouwd aan nieuwe huizen en er wordt gekocht en verkocht op de straat. De stad is niets veranderd, alles ziet er nog hetzelfde uit als vorig jaar. Plots toetergeschal, iedereen moet opzij, een rijtuig met de één of ander belangrijke persoon passeert. Trek mijn geit opzij of ze zou worden aangereden. Ik kon het rijtuig bijna aanraken, zo dicht passeerde het mij.

De laatste huizen van Thebe achter mij zie ik in de verte het huisje al. Mijn hart klopt in mijn keel, elke stap die ik dichter zet wordt de twijfel groter of ik er wel goed aan doe haar op te zoeken. Ik word geleefd door mijn verlangen haar terug te zien en heb daar geen controle over. Waarschijnlijk voelt de geit mijn twijfels en nu wil dat beest perse gras gaan eten dat langs het weggetje groeit. Probeer haar vooruit te krijgen maar tevergeefs. Tijdens de reis, de afgelopen dagen, heeft ze me dat al dikwijls geflikt. Als madam honger heeft wil ze eten en dan rest mij maar één ding en dat is wachten tot madam het belieft om de reis verder te zetten. Geitse koppigheid. Moet dat nu echt op dit moment ? Nog vijftig meter en je kan de hele tuin van Ate opeten.

Ik kijk naar het huisje, twijfelend wachtend tot madam klaar is. Ik kan nu nog terug, er is geen beweging te zien, misschien is er niemand thuis. Het deurtje gaat open, iemand komt buiten. Dat is ze, ze heeft me al gezien, aarzelend gaat ze door het voortuintje naar het weggetje. Daar staat ze, ik laat het touw los en draai me in haar richting. Aarzelend zet ik stapjes in haar richting. Dan komt ze heel hard naar me toe gelopen en vliegt me om de hals.

"Je had mij al gezien." "Na een heel jaar heb je mij herkend."
"Van iedereen die ik ken is er maar één met een geit." "Het kon niemand anders zijn dan jij."
"Ik heb een geschenk voor je."

Uit de tas haal ik de diadeem. Ik schuif die op haar hoofd in haar lange golvende haren.

"Jij bent mijn Godin, goud of zilver kan ik niet betalen maar dit heb ik zelf met de hand gemaakt."
"Mijn wens is dat je het steeds zult dragen en het zoent als ik niet kan komen opdagen."

Plotseling stopt de geit met grazen, richt haar kop op en zet het heel hard op een lopen. Vloekend in mezelf en verschrikkelijk kwaad op dat stomme beest loop ik erachter aan. Ik probeer het touw te pakken maar het lukt me niet. Met de moed der wanhoop, om dat beest te pakken te krijgen, duik ik er naar toe. Is dat nu het moment ? Ik heb een heel jaar op Ate gewacht en ze is me rond de nek gevlogen van blijdschap. Ik heb haar mijn diadeem gegeven. Ik heb de liefde van mijn Godin. Een klein stukje geit kan ik pakken maar ze rukt zich los en rent verder. Ate komt aangelopen en bekommert zich om mij. Daar lig ik op de grond. Ze neemt mijn hand en hand in hand lopen we samen achter dat beest. Plotseling stopt ze en houdt mij tegen.

"Kijk, zegt ze en wijst, daar rent ze naartoe."

Ik kijk in de richting die ze wijst maar begrijp er niets van.

"De stallen van de Farao."
"Oei, we moeten haar stoppen, snel, snel."
"Maar neen, glimlacht ze, alles is goed."

Hand in hand lopen we rustig verder, zij woont hier dus ze zal wel weten wat er aan de hand is. Dat beest is van de weg af gegaan en rent door een bos. Met een warm hartje kijk ik haar aan. Zij is mijn Godin, die diadeem staat prachtig in haar mooie haren. Tussen de bomen door en hier en daar onder een tak komen we plots aan weilanden die vol met beesten staan.

"De stallen van de Farao," zegt Ate.
"Zijn persoonlijke boerderij voor hem en zijn personeel."

Wat is het hier groots, en zoveel dieren. Wij hebben twee paarden maar er staan er hier wel honderden. Varkens, koeien, schapen, honderden dieren.

"Kijk daar is mijn geit."
"Kijk, kijk, ze word aangevallen door een bok, ik moet haar helpen."

Ik wil er naartoe lopen maar Ate trekt me terug.

"Niet doen, dat is goddelijk terrein." "Wij stervelingen zullen het niet overleven als we het betreden."
"Maar mijn geit is in gevaar."
"Maar neen, waarom denk je dat ?"
"Kijk, die bok staat met zijn voorpoten boven op haar rug."

Ate trekt me bij mijn hand terug het bos in.

"Jij bent echt een plattelands jongen jij."

Plotseling trekt ze het lange kleed dat ze aan heeft over haar hoofd.

"Ate,…… Ate, …..jij staat helemaal in je bl….

Ik kan mijn zin niet afmaken of ze vliegt rond mijn nek en begint me te zoenen.

Helemaal dizzy, niet goed wetend wat mij overkomen is, lig ik half slapend met Ate in mijn armen. Haar hoofd ligt in mijn nek en ze streelt me een beetje. Ik voel likjes in mijn gezicht. Het duurt een tijdje voor ik besef dat dat likken van haar niet echt prettig aanvoelt. Ik doe mijn ogen open en het is die verdomde geit die mij aan het likken is. Ik spring recht en Ate schrikt.

"Bhaah, dat beest was mij aan het likken."

Met Ate aan mijn linkerhand en een touw met geit in mijn rechter hand wandelen we terug naar het huisje waar ze woont.

"Het zullen deze keer goddelijke lammetjes zijn die geboren worden." "De Farao is een God en dus ook zijn dieren."
"Bedoel je dat: « het » gelukt is ?"
"Ben er wel zeker van, anders was ze er nog."
"En bij ons ?" "Zou het bij ons gelukt zijn ?"
"Neen, bij ons is het niet gelukt."

We wandelen rustig verder, haar huisje komt al in zicht. Toch vraag ik mij nog het één en ander af.

"Ben je daar zeker van dat het bij ons niet gelukt is ?"
"Ja, heel zeker."
"Waarom ben je daar zo zeker van ?"
"Omdat je plotseling als een wilde recht sprong en ik alles miste."

Er heerst een tijdje een stilte. Ze komt dicht tegen me aan en slaat een arm om mijn lende. Ze geeft me een zoentje en zegt:

"Gelukkig maar, voorlopig nog niet."



Info

Ate : Griekse Godin van de dwanggedachten, domme verliefdheid en kattenkwaad. Zij spoorde mensen en Goden aan tot onverantwoordelijkheid.
Thebe : gelegen aan de Nijl in zuidelijk Egypte, was in de oudheid lange tijd de belangrijkste stad, tegenwoordig bekend als Luxor.

Dit verhaaltje is maal gelezen.


Download : 52 Ate.pdf