55
 
De koetsenmaker

Onverwachts bezoek


Hoofdstuk 1   Rijtuig met vering
Hoofdstuk 2   Draver en de merrie
Hoofdstuk 3   De pottenbakkerij
Hoofdstuk 4   De poppenkast
Hoofdstuk 5   De annulatie


 
Hoofdstuk 1
Rijtuig met vering


In een tijd dat de rivieren nog zilver waren, de bossen nog bevolkt werden door hertjes en zwijntjes zit ik laat in de avond in mijn eentje aan een houten tafeltje in de enige herberg die ons dorp kent, dicht tegen de brandende open haard. De winter maakt stilaan plaats voor de lente, de dagen worden langer en warmer. Met mijn bierpul voor mij zit ik wat rond te staren in de haast lege herberg. Van de drie kaarsen in de kandelaar, die op de tafel staat, is er eentje die krampachtige pogingen doet om te overleven maar de wiek is helemaal opgebrand en het vlammetje dooft.
Onze waardin is achter haar toog bezig de boel een beetje op te ruimen. Moe, we noemen haar Moe, ze is al de derde generatie die deze herberg open houdt. Ik kijk in de diepte van mijn bierpul, nog drie slokken en het ding is leeg. Een muisje komt onder de toog gekropen, snuffelt wat met zijn snorhartjes in de lucht en trippelt dan naar de voordeur. De deur heeft grote kieren onderaan en waarschijnlijk wil het langs daar naar buiten. Deze tijd van het jaar vertrekken de muizen uit de huizen om hun ding in de natuur te gaan doen.
Plots gaat de deur open, het muisje schrikt, draait zich om en snelt terug onder de toog. Een fiere jonge vrouw stapt ons herbergje binnen. Met de deur nog open kijkt ze rond. Deze dame hoeft haar handen duidelijk niet vuil te maken. Een mantel met grote kap voor de koude en dure kleding aan. Onder de mantel draagt ze een lang kleed. Waarschijnlijk nog een overrok, een tussenrok, een onderrok, en een lange onderbroek met lintjes, aan haar enkels dicht geknoopt. Wie deze dame tot vrouw heeft zal wel personeel hebben om dat allemaal te laten uit doen. Als hij het zelf moet doen is hij al doodmoe haar uit de verpakking te krijgen en dan moet hij nog aan de liefdesdaad beginnen.
Wie is zij en wat komt die hier doen. Zorgvuldig sluit ze de deur en begeeft zich naar onze waardin, ze spreekt haar aan en ik zie Moe naar mij wijzen. Oei, ze is voor mij bestemd en ik heb geen personeel. Rustig, maar zelfzeker, stapt ze op het tafeltje af waar ik aan zit. Mij, tijdens haar tocht ter studie nemend. Aan mijn tafeltje gekomen kijkt ze me aan.

"Bent U de koetsenmaker van Woudvrede ?"

Zonder iets te zeggen knik ik bevestigend. Aan haar taal te horen komt ze van ver. Een dame ontvang je niet als een koning op zijn troon en ik sta recht. Met een handgebaar nodig ik haar uit plaats te nemen op de stoel aan de andere kant van mijn tafeltje. Zal waarschijnlijk wel blijven recht staan met die hele inhoud van haar kleerkast aan haar lijfje. Stond waarschijnlijk deze morgen te twijfelen wat ze zou aan doen, kon niet kiezen en heeft dan alles maar aangedaan.
Tot mijn verbazing aanvaard ze mijn uitnodiging. Twijfelachtig kijkt ze naar de stoel om zich dan voorzichtig tussen stoel en tafel te begeven. Het houten meubilair is gemaakt door onze meubelmaker en vr zo'n stoel omvalt moet er al een olifant tegen aan leunen.
Mij strak in de ogen kijkend, met een strenge uitdrukking op haar gezichtje, tilt ze de helft van haar kleerkast inhoud omhoog om haar benen wat meer bewegingsvrijheid te geven zodat haar knien kunnen plooien om een zittende houding aan te nemen. Met veel gewring en gefriemel perst ze zich tussen tafel en stoel, mij steeds strak in de gaten houdend dat mijn ogen maar niet te diep gericht zouden zijn. Een flink gedeelte van de verzameling rokken puilt boven de tafel uit. Snel grijp ik de kandelaar bij zijn voetstuk omdat die een gevaarlijk wankelende positie had aangenomen. Uiteindelijk gezeten duwt ze alles wat boven de tafel uitpuilt eronder. Haar ogen lossen de mijnen, haar gezicht ontspant en ze slaat een zucht. Ik heb niets gezien hoor, alles speelde zich af onder tafelhoogte. Uit de hoeken van mijn ogen kijk ik snel even naar Moe, die vanachter haar toog duidelijk meer zicht op het gebeuren had. Aan de uitdrukking op haar gezicht kan ik lezen dat het allemaal dik in orde moet zijn. Ze droogt nog de laatste druppels spoelwater van een bierpul af en zet die met een tevredenheid op een schab. Opnieuw neem ik plaats op mijn stoel, daar zitten we dan tegenover elkaar.

"U komt van ver," wil ik een gesprek op gang brengen.

"Ik heb een hele week gereisd U te ontmoeten." "Uw reputatie reikt verder dan de landsgrenzen."

"Zijn er dan geen koetsenmakers waar jij woont ?"

"Toch wel, maar geen met vering." "Ik had de opdracht gegeven maar het ijzer waarmee de vering wordt gemaakt breekt steeds."

"Mijn geheim natuurlijk."

"Daar mag U trots op zijn, ik heb al in een koets van U gereden en ben zeer tevreden over het zachte rijplezier."

"Had U een bepaald model in gedachten ?"

"Ik wil een licht gewicht damesrijtuig voor n persoon met bagage."

Met n hand gaat ze ergens in een kleed van haar, haalt er een beurs uit en overhandigd mij die. Voorzichtig open ik de beurs.

"Dat zijn echte gouden munten."

"Het is een aanbetaling."

"Het is al laat in de avond, je zal wel honger hebben, onze waardin heeft nog erwtensoep."

Gulzig lepelt ze de brij erwtensoep leeg en breekt grote stukken van het brood af. Ik zit er op te kijken als een koe op een bord soep. Deze dame heeft duidelijk al een lange tijd niets gegeten.

Kwispelend met zijn staart komt Blaffer ons tegemoet als we bij mijn huis en rijtuigmakerij aankomen. Ik heb wel meer klanten die van ver komen en zodoende heb ik een logeer kamer. Het paard van haar rijtuig bevrijdt en in de wei gezet, haar bagage in de logeerkamer gesleurd gooi ik nog wat extra dikke blokken hout op het vuur voor de nacht.



 
Top
Hoofdstuk 2
Draver en de merrie


Ik kruip uit mijn bedstee, gelokt door de reuk van koffie en eieren slenter ik vol van verwondering naar mijn keuken. Ik slaap 's nachts met de slaapkamerdeur open voor de warmte van de haard en zodoende werd ik door het geluid en de reuk gewekt. In de deuropening sta ik als aan de grond genageld mij af te vragen wat ik nu eigenlijk zie. Boven het haardvuur is een rooster om op te koken. Ze heeft er wat hout bijgelegd en ontfermt zich over een pan met eieren. Die hele kleerkastinhoud is nu vervangen door n speels ochtendkleedje. Blootsvoets staat ze met haar rug naar mij. Blaffer ligt dicht bij haar op de grond.
Wat nu, vraag ik mij af ? Ben ik jouw dikke vriend niet meer ? Dat heeft dan n nacht gelogeerd bij mij en heeft al gelijk mijn keuken in beslag genomen en de liefde van mijn hond. Blaffer ontdekt mijn aanwezigheid. Met zijn snuit op de grond richt hij zijn ogen naar mij en kwispelt loom met zijn staart maar vind het niet nodig mij te begroeten zoals hij het anders wel doet.
Gisteren avond was ze bang dat ik iets zou zien dat onder haar kleed bevind en nu staat ze daar als een onweerstaanbare ochtendfee. Het is nog donker buiten en het licht van het haardvuur schijnt door haar fijn kleedje waardoor het haar silhouet prijs geeft.
Uit grote schaamte, voor zijn ontrouw, staat Blaffer dan toch maar op en komt lui naar me toe waardoor ze mijn terugkomst uit dromenland opmerkt.

"Goede morgen."

"Ja, ook goede morgen."

Ik slenter verder naar de tafel waar de koffie reeds klaar staat.

"Kan jij je weg een beetje vinden in mijn huis ?"

"Moeilijk is het niet, het is niet groot en veel heb je niet."

"Had een dergelijk optreden niet verwacht van jou." "Een dame zoals jij heeft een leger personeel."

"En ik had jou ouder verwacht, vele ouder." "Op jouw leeftijd al een dergelijke reputatie opbouwen ?"

"Het veerstaal heeft vader ontdekt, hij was op zoek naar iets om ijzer sterker te maken, voor hem was het gedeeltelijk een mislukking." "Ik kwam toen op het idee om het bij koetsen te gebruiken zodat de putten in de weg wat minder hard aankomen tijdens het rijden."

Ze zet de pan met eieren op tafel en toont mij een vork.

"Een vork uit ijzer dat niet roest ?"

"Dat is een verzinsel van onze smid, het is nog in een experimentele fase." "Bestek uit zilver is niet te betalen en dat houten gedoe breekt steeds af."

"Borden uit steen ?"

"Het is keramiek, de vrouwen uit ons dorp maken die." "Potten, kannen, borden, drinkbekers, ze worden geglazuurd en dan gebakken." "Kijk, ze zijn allemaal beschilderd met kleine bloemetjes."

We nemen elk een deel ei uit de pan en breken een stuk brood af. Haar lange haren hangen los. Gisteren avond was alles weggestopt onder die grote kap van haar mantel. In het losse kleedje dat ze aan heeft toont ze duidelijk dat ze een vrouw is, en niet zomaar een vrouw. Niet te verwonderen dat iemand zoals zij over rijkdom beschikt. Heeft een hele week gereisd om bij mij een rijtuig naar haar keuze te bestellen. Welke vent laat nu zo'n vrouw in haar eentje gaan ? Zou toch op zijn minst een escorte meegeven.

"Is er iets mis met het ei, vraagt ze, niet voldoende gebakken ?"

Ze glimlacht omdat ze mij betrapt dat ik het te druk had naar haar te staren en vergat te eten.

"Ik vroeg mij af waarom jij in je eentje die hele reis hebt ondernomen."

"Waarom ?" "Omdat er niemand anders is om mee te komen."
"Wanneer kan ik over mijn rijtuig beschikken ?"


Ze wil duidelijk van onderwerp veranderen. Ik stel vragen waar ze niet wil op antwoorden. Er is niemand die je kan vragen om met jou mee te komen dus. Dat maakt het allemaal erg geheimzinnig. Ben je dan zo'n verschrikkelijk kreng dat niemand het wil ? Die indruk krijg ik niet van jou. Als je echt een kreng zou zijn, zou je geen eieren staan bakken voor ons. Blaffer is al helemaal jouw vriendje en die ruikt onraad alvorens ik het in de gaten heb. Goed, jij je geheim.

"Ik ben nog met andere opdrachten bezig." "Ik kan echt niet onmiddellijk voor jou beginnen." "Bovendien heb ik zeker twee maanden nodig jouw rijtuig te maken."

"Hoe lang ?"

"Een half jaar, zes maanden en dan kan je over je wagen beschikken."

"Dat is goed, ik wacht wel."

Met veel geblaf rent Blaffer achter de kippen die met veel gekakel weg spurten, zijn manier om goede morgen te zeggen. Ik haal Draver uit zijn stal en zet hem in de wei bij haar merrie, benieuwd of ze een beetje met elkaar kunnen opschieten. Als een klant laat in de avond aankomt en van ver komt, kan je niet verwachten dat die de volgende morgen gelijk weer oprot. Moet het nu lukken dat zij een merrie heeft en ik een hengst. Ze hijst zich op de houten afsluiting van de wei, om er op te gaan zitten, als ik de toegang afsluit. Ze heeft dezelfde mantel met kap aan als gisteren maar deze keer een totaal ander kleed en echte bottinnen. Ik vang een glimp op van de pijpen van haar lange onderbroek die netjes onderaan dicht geknoopt zijn. Al dat rok gebeuren heeft ze achterwegen gelaten en het lijkt alsof ze op n nacht tijd vele kilo's is afgevallen. Haar merrie komt haar begroeten en ze streelt over die grote kop van haar. Draver komt kennis maken en ze heeft het druk de twee paarden te strelen. Haar aandacht gaat nu exclusief naar Draver en haar merrie gaat met haar snuit langst zijn nek en manen.

Lekker is dat toch h jongen, door twee vrouwen verwend worden.

Blaffer zoekt zich een weg tussen de paardenbenen, zet zijn voorpoten tegen de houten omheining aan en eist kwispelend met zijn staart, ook enkele liefkozingen van haar.

Aan de buitenkant van de weide leun ik naast haar op het hout waar zij op zit. Als ik haar met de dieren bezig zie, als ik er aan denk dat ze daarnet eieren stond te bakken en als ik het verschil in klederdracht vergelijk met gisteren bij haar aankomst, dan ben ik geneigd het idee in overweging te nemen dat zij de n of andere kasteel dame of groot landshuis bewoonster is. Stel nu dat ze het niet is, waar haalt ze dan gouden munten vandaan ? Beetje gewone vrouw draagt klompen maar zij heeft leren bottinnen. Ja goed, ik heb die ook maar die zijn wel zelf gemaakt van restjes leer dat ik gebruik als binnen bekleding in mijn grote koetsen.

"Ik heb nog een extra zadel." "Als je zin hebt kunnen we de paarden zadelen en een ritje maken."

Het is al laat in de voormiddag als we het koningsplateau bereiken. Dit hoger gelegen plateau moet al lang zo heten, er is niemand die nog weet waarom het zo genoemd werd. Waarschijnlijk omdat je van hieraf als een koning het land kan aanschouwen. We stappen van ons paard, hijgend legt Blaffer zich op de grond. In de verte zien we Woudvrede, mijn dorp dat in de diepte gelegen is en omringt wordt door bossen. De rivier die er langs stroomt kent nu een krachtige stroming door al de smeltende sneeuw in de bergen. Ik wijs in de verte naar mijn huis en koetsenmakerij, van daar zijn we gekomen. Mijn huis ligt een eind weg van het dorp. Waarom, vraagt ze, ja, waarom. Omdat ik niet te storend wil zijn voor mijn dorpsgenoten. Kijk, de smid zit nu ook niet bepaald in de dorpskern en onze meubelmaker ook niet. Kijk, die rookpluim, dat is onze smid.

Draver en haar merrie zonderen zich wat af, een beetje verder staan ze elkaar te besnuffelen. We kijken naar het koppeltje en ze glimlacht. Een beetje moe van de tocht te paard zet ze zich op de grond en vraagt mij ook te gaan zitten. Het zonnetje geeft al flink wat warmte en ze doet haar kap af.
Helemaal in de verte, aan de horizon zien we de grote stad. Van daar is ze gekomen. De laatste stad waar ze naartoe reisde en voor de laatste keer de weg vroeg naar Woudvrede. Van hieruit lijkt het niet ver maar met kar en paard is het een halve dag reizen. De rivier kronkelt er naar toe en onderweg komen er nog twee andere riviertjes in uit. Als ze de stad passeert is het al een flinke stroom geworden. Een heel eind achter ons reist een gigantisch berg op. Hoog in de lucht zweeft een adelaar in grote cirkels. Zou hij honger hebben en is hij op zoek naar een prooi ? We houden hem een tijdje in de gaten tot hij naar de berg vliegt en daar ergens landt.



 
Top
Hoofdstuk 3
De pottenbakkerij


Ik trek aan de teugels en Draver stopt, de kar komt tot stilstand en ik trek de rem op. Een klant die van ver komt overnacht bij mij en vertrekt dan weer. Hoogst uitzonderlijk blijft die twee nachten maar zij is nu al een hele week bij me en ik heb er geen idee van hoe lang ze nog gaat blijven. Resultaat is dat mijn voorraad eten sneller slinkt dan dat ik alleen ben en zodoende zijn we in het dorp voor groenten, aardappelen, brood, kaarsen en ook voor twee nieuwe borden. Een tinnen bord plooi je terug recht als die valt maar eentje van klei gebakken breekt in stukken uit elkaar als het op de grond terecht komt. Elks eentje uit je handen laten vallen op een week tijd geeft een gelijke score. Zodoende staan er twee borden op ons boodschappenlijstje. In de pottenbakkerij aangekomen komt ze helemaal in de ban van klei, draaien en emailleren. De pottenbakkerij is meer een ontmoetingsplaats voor vrouwen uit ons dorp dan een echt atelier. Als vreemdelinge wordt ze door de paar vrouwen, die aanwezig zijn, rond geleid. Niet alleen aardewerk wordt hier gemaakt maar ook boetseer werkjes. Alles wat een huis maar kan verfraaien. Eens in het jaar word er naar de stad gereden om alles wat over is te verkopen en zo komt er wat geld in de beurs.

Ze neemt plaats aan een draaitafel en begint te trappen. Volgens de aanwijzingen van de andere vrouwen laat ze haar vingers langs de rond draaiende klei glijden. Knal, en daar doet haar eerste werkje rare slinger bewegingen. Het klompje klei opnieuw in elkaar geduwd doet ze haar tweede poging om iets ronds te maken.

Klei draaien is echt mijn ding niet. Heb het lange tijd geleden al eens geprobeerd en zodoende weet ik hoe moeilijk het is. Als je de dames hier bezig ziet lijkt het allemaal van zelf te gaan maar het slaat wel vies tegen als je het de eerste keer doet.

"Een potje voor jouw bestek uit ijzer dat niet roest," zegt ze glimlachend als ze vol goede moed aan haar derde poging begint. In een record tempo hangt ze vol met klei, gezicht inbegrepen. Ik zit mij daar een beetje te vermaken met haar eerste stuntelige les kleidraaien.
Met de klei als bindmiddel begint ze haar eerste vriendinnen te maken in ons dorp. Als ik ze afspraakjes hoor maken met de andere vrouwen begint het mij te dagen dat ze nog niet van plan is op korte termijn te vertrekken. Moet ik daar nu bang voor zijn of tevreden ? Ik hou van haar gezelschap in mijn leven. Ze is nog maar een week te gast in mijn huis en heb geen idee wat haar plannen zijn. Elke morgen dat ik op sta verwacht ik dat ze vertrekt en dat ik binnen een half jaar haar terug zie om haar rijtuig te leveren. Een hele week heen en een hele week terug, dat zijn twee weken voor de levering. Misschien komt ze zelf wel terug om het op te halen. Alles bij elkaar is ze al twee weken van huis. Is er ginder dan niemand die op haar terugkomst zit te wachten ? Ik heb al een paar keer geprobeerd iets in die richting te vragen maar ze weet telkens heel handig mijn vragen te omzeilen of te negeren. Het vervelende is dan nog dat ze al de betalingen van de aankopen doet.

Apetrots op haar eerste draaiwerkje zitten we in de herberg van Moe opnieuw aan hetzelfde tafeltje waar we elkaar voor het eerst ontmoet hebben. Mooi potje, netjes rond alleen een beetje een dikke wand maar best netjes zo van de eerste keer.

"Heb je dat potje echt voor mij gemaakt? Voor het bestek ?" "Dus je hebt afgesproken het potje te beschilderen en te bakken als het droog is ?" "De vrouwen hebben jou gezegd dat de oven maar n keer in de maand wordt aangestoken om te bakken ?" "De eerst volgende keer is binnen twee weken."

Opnieuw probeer ik iets te weten te komen. Ze zal dus nog zeker twee weken blijven.

"Hoe kom jij aan klei in je haar ?"

Ze staat recht en komt naast me staan. Met haar handen gaat ze in mijn haar. Heel dicht staat ze tegen me aan, ik kan de warmte van haar lichaam voelen. Ze friemelt in mijn haar en aan de tijdsduur te meten moet mijn hele kop onder de klei zitten. Volgens mij heb ik helemaal geen klei in mijn haar.

Dat heeft ze dan weer netjes opgelost, opnieuw een mogelijke vraag over haar verblijf ontweken.



 
Top
Hoofdstuk 4
De poppenkast


We zijn een maand verder en ondertussen al het gespreksonderwerp van het dorp. De koetsenmaker heeft een vrouw, ze komt van ver want ze praat raar. Vind haar taaltje best wel grappig hoor, soms lachen we met elkaar omdat we bepaalde dingen anders zeggen of dezelfde woorden anders uitspreken. Als ik alleen naar het dorp ga word ik over haar aangesproken en het vervelende is dat ik op de vragen van mijn dorpsgenoten geen of maar half een antwoord weet. Dat maakt het allemaal nog geheimzinnig ook nog waardoor er druk over gespeculeerd wordt. Volgens mij heeft Moe de hele praatmolen aan het draaien gebracht toen ik haar vroeg bij de vrouwen van de pottenbakkerij eens te informeren of ze daar iets over zichzelf verteld.

In mijn werkplaats zit ik boven op een rijtuig, dat bijna klaar is om te leveren, nog wat de laatste afwerkingen te voltooien. De grote deuren staan open en ik kijk naar buiten. Blaffer ligt lui in de zon, de kippen scharrelen, de paarden staan in de wei en zij is bezig de stallen uit te mesten. Ze weet precies hoe het moet, het is nu de derde keer dat ze het doet. De eerste keer hebben we het samen gedaan en volgens mij wist ze het beter dan ik. We zijn toen extra stro gaan halen bij de boer om de tweede stal die ik heb, in te richten voor haar merrie. Vroeger had ik twee paarden maar het was me teveel werk alleen. Ik ben geen boer, ik heb Draver nodig voor mijn koetsen. Als ik nu een tweede paard nodig heb ga ik er eentje lenen. Het ziet er naar uit dat ik nu opnieuw twee paarden heb met nog een vrouw erbij ook nog om samen voor de dieren te zorgen. Ze doet het graag en ze weet precies hoe het moet. Blaffer, Draver en de kippen heeft ze helemaal in haar hand, mij inbegrepen.

Vorige week ben ik weg geroepen om een herstelling te doen. Het was zoveel werk dat ik die nacht ben blijven overnachten. Toen ik de volgende dag terug kwam besefte ik dat ik al helemaal aan haar gehecht ben. Voor het eerst in mijn leven was er een vrouw thuis die op mijn terugkomst wachtte. Ik wil niet meer vragen wat haar plannen zijn, ik wil gewoon dat ze blijft. Ze is het mooiste wat mij tijdens mijn leven overkomen is en ze stapte gewoon op een donkere avond mijn herberg binnen. Zou het dan toch waar zijn ? Als de tijd rijp is wordt het gewoon in je schoot geworpen. Ik weet nog altijd niet waar ze vandaan komt of wie ze is. Bovendien heeft ze een rare hobby, ze maakt poppen. Op die maand tijd heeft ze er al drie gemaakt. Met naald en draad, met lapjes stof, met knoopjes, als ze wat ontdekt in een winkeltje in ons dorp verzint ze wel iets om het bij een pop te gebruiken. Nu ze al helemaal ingeburgerd is in de pottenbakkerij is ze aan het leren echte gezichtjes te maken. Wat gebeurt er als haar koets klaar is ? Vertrekt ze dan ? Geduld is een deugd maar de onzekerheid begint stilaan een kwelling te worden nu ik elke dag steeds meer naar haar verlang.

De stallen zijn klaar en ze gaat het huis binnen. Misschien twijfelt ze ook of ze wel welkom is in mijn leven, misschien daarom dat ze de kat wat uit de boom kijkt ? Wie weet wat haar verleden is en is ze voorzichtig ? Ik stap van de koets af en ga ook naar binnen. De pot soep die ze vandaag al had voorbereid heeft ze nu op de haard gezet om te koken. Met haar rug naar mij staat ze er met een grote lepel in te roeren. Er moet een manier zijn om haar te vertellen dat ik wil dat ze bij me blijft. Op de tafel ligt een pop die ze nog aan het maken is, netjes in een mandje met haar naalden, draad en lapjes stof. Ik ga dicht achter haar staan.

"Als je wil zal ik een kast maken voor je poppen." "Het bovenste gedeelte zonder deuren met enkel schabben, dan kan je daar al je poppen in zetten." "In het onderste gedeelte maak ik deuren, dan kan je daar al je poppenspullen in opbergen." "We verzinnen wel een plaats om die ergens te zetten."

Zonder iets te zeggen draait ze zich langzaam om en omhelst mij.



 
Top
Hoofdstuk 5
De annulatie


In het licht van de maan en de sterren sta ik met mijn handen in mijn zakken naar de paarden in de wei te kijken. Er is iets met de paarden en ik weet niet wat het is. Ik had haar gezegd dat ik nog eens een wandelingetje met Blaffer ging maken en naar de paarden ging kijken.

De bomen staan volop in bloei, overdag fluiten de vogeltjes hun mooiste lied en de krekels sjirpen voor de gunsten van een vrouwelijk maatje. In de stilte van de avond hoor ik in de verte het stromen van de overvolle rivier. In de bossen hoor ik de geluiden van de nacht dieren en overal de stipjes van de glimwormen. Ik wandel nog wat verder en geniet van de avond. Blaffer loopt rustig naast me.

Ik stap de stal binnen en hang mijn jas aan de haak alvorens het huis binnen te gaan. De kaarsen en de haard branden. Ik ga op een stoel zitten aan de tafel en doe mijn laarzen uit. Ze heeft zich al klaar gemaakt voor de nacht. In de zetel zit ze in haar nacht kleedje, daaronder draagt ze niets. Ze kijkt me glimlachend aan. Het licht van de haard verlicht haar rechter kant. Het zwakkere licht van de kaarsen haar linker waardoor die iets donkerder is.

"Er is iets met je merrie, ze negeert Draver en mij." "Jij bent de enige die haar nog mag naderen."

"Ze is drachtig."

Verwonderd kijk ik haar aan.

"Hoe komt het dat jij dat allemaal weet ?"

"Ik ben opgegroeid tussen de dieren."

Haar aankijkend trek ik de laatste laars uit, sta recht en ga voor haar op de grond zitten. Ik leg een hand op haar knie en streel die.

"Ik was vader zijn enig kind." "Moeder heeft mijn geboorte niet overleefd." "Papa leefde enkel voor mij en zijn boerderij." "Op het einde van zijn leven had vader een grote veestapel, veel grond en veel personeel." "Ik kreeg de mooiste kleding en duurste juwelen." "Toen hij stierf heb ik alles verkocht." "De boerderij was veel te groot voor mij." "Ik heb geen familie, ik wilde weg, ik wilde reizen." "Daarom kwam ik naar jou om een comfortabel rijtuig te bestellen." "Ik heb enkel mijn lievelingspaard gehouden."

"En nu ?" "Ze is drachtig." "Je rijtuig ?"

"Ik ben van gedacht veranderd."

"Wat wil je dan ?"

Langzaam opent ze de knoopjes van haar kleed, steeds dieper en dieper. Voorbij haar borsten tot op haar buik. Ze steekt een hand in het kleed en haalt er een popje uit. Ze houd het popje vast en toont het mij.

"Ik wil mama zijn."

Met twee handen brengt ze het popje naar haar gezicht, met gesloten ogen liefkoost ze het. Opnieuw zie ik dat gelukkige gezichtje van haar, zachtjes genietend van tevredenheid. Hetzelfde gezichtje dat ik elke avond zie als ze in mijn armen ligt.

"Wat heeft jou dan van gedachten doen veranderen ?"

Langzaam opent ze haar oogjes, kijkt me aan en zegt zachtjes ; "Jij."



Dit verhaaltje is maal gelezen.