56
 
Zonder diesel

Vrouwen hé mijnheer !


Miljaar, miljaar ! Slachtoffer geworden van mijn eigen luiheid. Ik wist het maar dacht het nog te redden, mooi niet dus. Ik ben al een kwartier aan het stappen en steek af en toe mijn duim eens uit. Zoef,…… zoef,…… de auto's rijden voorbij maar stoppen niet. Daar staat Tuut aan de kant van de weg. In de verte zie ik hem nog staan. Ik weet dat een eind verder op deze baan een naftstation is maar dat is nog zeker 7 of 8 km verder, dat is meer dan een uur stappen. Kijk, weer een auto, steek mijn duim uit, ja,… ja,.. de auto stopt. Een beetje verder komt die tot stilstand. Snel ernaar toe. Een hele kleine ouwe rammelkar. De roestpokken staat erop met hier een daar een deuk. Waarschijnlijk een tiener die blij is dat hij rijdt. Mij allemaal eender als ik dat hele eind maar niet moet stappen.

Ik open de passagiersdeur. Een walm rook komt eruit. Oei,…. dat is even schrikken. Een vrouw met een sigaret in haar mond kijkt me aan door een bril die haar ogen met een factor vier vergroten.
Zonder diesel gevallen, …… Tuut ginder, … … naftstation daar,…. mag ik stukje meerijden ? De passagiers zetel ligt vol rommel, ze duwt de berg op de grond.

"Stap maar in jongen, zet je voeten maar op de rommel."

"Heel veel bedankt, dat is erg vriendelijk van U."

Ze heeft lange krullende haren die volgens mij al twee weken niet gewassen zijn. Idem voor haar kleren. Ik kijk even achterom en schrik een tweede keer. Daar ligt zowaar een hond op de achterbank, niet zomaar een hond maar een heuse Sint-Bernard, wat een kalf. Het beest kan amper in het autootje, nog erger dan een sardientje. Een beetje hijgend kijkt hij me aan met rode schele ogen, zijn onderkaak is blijkbaar veel te zwaar waardoor zijn bek open staat.

WOEF !!

Amai, mijn trommelvliezen haast kapot, wat een knal.

"Dat is knuffel, stelt ze hem voor, hij begroet je."

Knuffel, juist ja, ik kijk er naar uit om met hem te knuffelen. Wat word ik nu verondersteld om te doen ? Ook woef zeggen om hem te begroeten ? Woef woef, denk ik in mezelf.

"Niet bang zijn hoor, het is de liefste hond die ik ooit gehad heb, een echt sloeber."

We staan voor het rode licht, ik ben zelf een roker maar dit is erover. Ze dompt als een schouw en de ramen zijn toe. Een beetje lucht a.u.b. Ik durf niet vragen om een raampje open te zetten. De asbak puilt uit van de peuken dat er al haast meer op de grond liggen dan erin. Even volhouden, nog een kilometer of drie. Ben al blij dat ik niet hoef te stappen.

Hop, daar rijden we weer. Kijk nog eens naar die loebas van haar. Nu begrijp ik waarom jij zit te hijgen, er is geen lucht in deze kar. De as van haar sigaret valt op haar schoot.

Ik wijs met mijn vinger, daar, naftstation.

Ze stopt en ik stap uit.

"Heel veel bedankt, dat was erg vriendelijk van U."

Ik stap binnen en vraag of ze iets hebben om diesel in te doen. De pompist wijst naar een schab met verschillende maten jerrycans. Die kleinste daar, 5 liter is voldoende, ik rij wel naar hier om verder te tanken.

Mijn busje gevuld met diesel sta ik terug aan de toog om te betalen. Een koket vrouwtje staat voor me en ik wacht mijn beurt af. Hier ga ik de lefgozer uithangen. Ik ga echt dat hele eind niet terug te voet.

"Mevrouw, mag ik U wat vragen ?" "Rijdt U toevallig die kant op ?" "Zou ik een stukje mogen mee rijden ?" "Ja ?" "Dat is erg vriendelijk van U."

Ze gaat me voor naar haar auto. Een lekker kontje in een strak rokje op hoge schoentjes, trippel, trippel naar haar auto. Wauw, een blitse Mercedes 300 SLE. Ik controleer even of de dop van het busje wel goed afgesloten is. Zou niet willen dat het stinkt in haar auto.

Ik open de passagiersdeur.





Oeioei, een vlinderhondje, staat op de passagierszetel te keffen naar mij. Als ik ga zitten gaat die oorbel bij me spelen.

"Achterin Snoefie, mijnheer rijdt met ons mee."

Het mormel luistert maar stop niet met keffen. Op de achterbank staat het mij uit te keffen.

"Stil schat, mijnheer is een vriend van Mammie."

"Wilt U mij een hand geven," vraagt ze me ?"

Jou en hand geven ? Ja, best wel hoor. Ze reikt me haar hand.

"Zie je wel Snoefie, mijnheer is een vriend."


Daar zit ik in haar auto met een busje diesel tussen mijn benen een vreemde vrouw een hand te schudden. Blijkbaar help het want het mormel zwijgt en legt zich op de achterbank. Toch nog niet helemaal zeker want het blijft me aankijken met die overgrote ogen in dat klein kopje.

Ze heeft een automatische versnellingsbak, zet hem in drive en hup, wij weg.

Was ik bang dat mijn busje diesel zou stinken en die hele auto van haar walmt naar het één of ander duur merk Au-de-cologne dat ik er bijna high van word. In die chique slee van haar zit ik in een wit leren interieur, zij dicht tegen haar stuur aan met twee handjes het vast houdend. Veel pedalenwerk hoeft ze niet te doen in een automatiek, maar haar korte rokje is toch iets opgetrokken. Stiekem kijk ik naar die beentjes van haar. Kan het niet nalaten om ook wat hoger te kijken. Dus dat is mijnheer zijn speelgoed ? Lekker stuk maar die keffer is er teveel aan. Ik kijk nog even achterom naar dat mormel en het kijkt me nog steeds aan. Jaloers dat je niet naast Mammie mag zitten ? Schat ?

"Aan de lichten sla ik af, tot daar kan ik je meenemen."

"Dat is al zeker halverwege, daar ben ik al heel blij mee."

Het is rood en ze stopt achter de wachtende auto's.

"Dat was heel vriendelijk van U mevrouw, ik ben U daar zeer dankbaar voor."

Ik stap uit en met dat ik uit stap springt haar keffer gelijk terug op de passagierszetel.

Kef, kef, kefkefkef, kef,kef, kefkefkef

Hup, snel de deur dicht.

Kef, kef, kefkefkef, kef,kef, kefkefkef

Ik zwaai nog even naar het keffende mormel achter de gesloten deur, dag schat.

Nog een kilometer of drie vier, kijken of ik nog eens geluk heb. De lichten voorbij steek ik opnieuw mijn duim uit. Joepie, bingo. Deze keer een heuse trukker. Trekker met oplegger. Tssssiiiee, tju,tju,tju. Met gefluit en gesis komt het hele gevaarte tot stilstand. Ik loop naast de camion om de deur te openen. Eindelijk eens een vent, kunnen wij echte menstalk doen. Ik open de passagiersdeur. Neen maar, De zus van Jumbo.

"Nor wor moette ?"

"Niet echt ver, enkele kilometers, mijn auto staat daar." Ik toon haar het busje diesel.

"Kom, reiid mor méé."

Die zware borsten van haar hangen op haar buik, blote bovenarmen helemaal getatoeëerd. Neen het is geen zus van Jumbo, het is een zus van het Michelin-manneke.

"Loemp hé ventje, zonder naft valle."

"Ja, niet erg slim natuurlijk, beetje een inschattingsfout gemaakt."

"Sjaans dakik hier voerbijkwam, aanders kost hiel dadent te voet."

"Ja het is erg vriendelijk van U."

"Ist ginder te doeng, worda de flikke ston ?"

"Oeioei, een beetje wel ja."

"Wor stodde gei na mé aawen oto, dor meude gij ni parkére."

Met een bang hart klim ik uit de vrachtwagen en bedank haar. Als de vrachtwagen eindelijk helemaal voorbij is steek ik de straat over. Een vrouwelijke politie agente loopt rond mijn wagen. Haar mannelijke collega zit in de combi, waarschijnlijk de gegevens aan het opvragen.

"Is dat uw wagen mijnheer ?"

"Ik vrees een beetje van wel ja, zonder diesel gevallen."

"U had uw wagen ginder moeten achterlaten."

"Ik weet het, maar ik ben nog net kunnen uitbollen tot hier, ik geraakte er niet meer."

"U hebt ook geen gevaren driehoek geplaatst."

"Had jullie bezoek eigenlijk niet verwacht."

"Rijdt U met diesel ?"

"Ja, mijn karretje rijdt op diesel."

"Is het de juiste diesel ?" "Wilt u de dop open maken ?"

"Het is goeie diesel hoor, een slokje ?"

"Geeft U de papieren van uw wagen maar en uw identiteitsbewijs !"

Vloekend in mezelf open ik de auto en haal de papieren uit het handschoenen kastje. Is dat nu echt allemaal nodig ? Kan het nog manonvriendelijker ? Als het zo nog even verder gaat ga ik mijn geaardheid wijzigen. Vrouwen hé mijnheer !!!!!


Dit verhaaltje is maal gelezen.