60
 



Met mijn koffertje in mijn hand begeef ik mij naar het perron van de hogesnelheidstrein. Hier is flink wat volk aanwezig. Mijn gids verlaat mij met het verzoek op deze plaats te wachten op de trein en er dan gewoon op te stappen volgens het plaatsbewijs op mijn ticket dat hij samen met mij aan het loket was gaan afhalen. Tot mijn grote verbazing lag het al klaar, ik werd verwacht en mijn plaats was gereserveerd.

Mijn reiskoffer staat naast mij op de grond en ik bestudeer het ticket. Wagon 318 coupé 6. Wagon 318 ? Hoeveel rijstellen heeft deze HST dan ? Ik bevind mij in een ondergronds station. Heel in de verte is er een tunnel waar de trein zou uitkomen en aan de andere kant, nog verder, het vervolg van die tunnel waarin de trein vertrekt. Ik kijk wat rond, op de muur staat het getal 318 geschilderd. Ik zie een bank waar nog een plaatsje vrij is. Er zit een man op die nóg ouder is dan ik, vele ouder en hij leest een boek.

"Mag ik naast U komen zitten ?"

Over zijn leesbrilletje kijkt hij me aan.

"Zeker jongeman, zeker, neem gerust plaats."

Ik bestudeer de man, volgens mij al een eind in de tachtig. Zijn aandacht wordt helemaal opgeslorpt door het boekje. Af en toe zie ik hem eens glimlachen. Wat heeft die man veel bagage bij zeg. Een kar met één, twee, drie, …… acht koffers. Wat een hoop, ik kijk naar mijn bescheiden valiesje.

"Wat hebt U veel bagage bij ?"

"Alles wat ik tijdens mijn leven bereikt heb zit er in." " Mijn kennis, mijn mogelijkheden, de inzichten die ik verworven heb, ervaringen, …… alles."

"Dan heb jij een rijk leven gehad ?"

"Inderdaad ja."

Zal maar zwijgen over mijn koffertje. Mijn leven was een puinhoop. Veel heb ik er niet van opgestoken.

"Wat bent U aan het lezen ?"

"Klein boekje, heel recent, stond in de krantenkiosk aan de ingang van het station." " Ik ben erg belezen weet U."

Hij laat de omslag van het boekje zien.

« De beste verhaaltjes van Karel Van Tornhaut »

"Krijg nou wat, wat zijn ze snel, ben amper een maand dood."

"Bent U de schrijver misschien ?"

"Juist ja."

"Heel interessant, dan bent U een groot artiest geweest."

"Hadden ze tijdens mijn leven wel eens mogen achterkomen." "Armoe troef ja."

"Een man als U dient te weten dat het kunstenaarsbestaan een contradictio in terminis is. Hij moet eerst dood zijn alvorens hij van zijn werk kan leven." "Als U bent wie U zegt te zijn dan hoort er een exemplaar van dit boekje in uw bagage te zitten, uw gids dient dat verpakt te hebben."

"Is dat zo ?" "Geen idee wat er allemaal in zit."

Benieuwd open ik de koffer.

"U hebt gelijk, kijk, hetzelfde boekje, en kijk, foto's van mijn kunstwerken, kijk, mijn brevet zwemmen toen ik nog een kind was." "Hier, brevet 30 seconden watertrappelen."

De man kijkt mee naar de inhoud van mijn koffertje en reikt me zijn hand.

"Het is mij een eer U te mogen ontmoeten, U hebt prachtige werken nagelaten."

Ik lees wat in mijn eigen verhaaltjes, een boekje dat ze hebben uitgegeven kort na mijn dood. Hebben ze mooi uitgevoerd, ben zeer tevreden, er staan tekeningen in van mij. Even kijken wie de uitgever is. Neen maar, die vent heb ik verschillende keren benaderd en heeft me steeds de deur gewezen. Nu dat ik dood ben ruikt die geld en heeft hij het achter mijn rug uitgegeven. Blij dat ik van deze bol ga vertrekken.

"Hoe lang duurt de reis naar de zon ?"

"Veertien dagen, a fortnight, zoals ze dat in het Engels mooi verwoorden."

"Dat is lang."

"U dient te begrijpen dat de afstand tot de zon ongeveer 150 miljoen kilometer is." "Zelfs de Solar Express heeft daar tijd voor nodig." "Daarom dat hij maar eens in de maand vertrekt van op aarde." "Veertien dagen heen, veertien dagen terug."

"Is het waar dat er nog een tussenstop op de maan is ?"

"Volgens mijn informatie wel ja, al kan ik de reden ervan niet goed vatten."

"Maar de zon, die is toch wel een beetje warm ?" "Ja toch ?"

"We zijn nu in een andere dimensie, wees gerust, de temperatuur die we nu voelen zal altijd en overal dezelfde zijn."

De man leest verder in het boekje en ik tuur wat rond. Elk ras dat er op deze planeet aanwezig is loopt hier rond. Chinezen, Indiërs, negers, indianen, blank, bruin, zwart, rood, alles. Oude mensen jonge mensen, kinderen, groot en klein.

"Hoe ben jij hier terecht gekomen ?"

"Ouderdom, eens houdt het op weet je wel." "Maar ik treur niet, ik heb een mooi en interessant leven gehad." "En jij ?"

Vragend kijkt hij me aan over zijn leesbrilletje.

"Femme fatale ontmoet, ik was zo verschrikkelijk verliefd op haar dat mijn hart het opgaf." "Twintig jaar naar mijn Vrouwkelief gezocht en toen ik haar gevonden had, … … game over."

"Merkwaardig," antwoordt hij.

Ik voel de druk toenemen die vanuit de tunnel komt. De trein is in aantocht. Heel in de verte verschijnt hij uit de pijp. Het duurt een tijd alvorens de locomotief mij passeert. Solar Express, stond er in het groot op. Al een hele geruststelling dat het de juiste trein is. Wagon 162,……163,……164. Mensenlief er komt geen eind aan die trein. Er blijven maar wagons uit die tunnel komen. Hoe hoger het getal op de wagon, hoe trager de trein rijdt. 316,…… 317, …… 318. Pal voor mij stopt wagon 318. Netjes, daar mogen de spoorwegen van het land waar ik geleefd heb eens een voorbeeld aan nemen. Psssss, de deuren gaan automatisch open. Uit elke wagon, voor zover de mensenmassa mij het zicht toelaat, komen er twee personen uit. Ze dragen allemaal hetzelfde uniform. Jonge mensen, hoe oud zouden ze zijn ? Twintigers ?

"Welk coupé hebt U ?"

"Even kijken jongeman."

Hij kijkt op zijn ticket.

"Acht."

"Dan zijn we bijna buren." "Zal ik even helpen met uw bagage ?"

"Dat is heel vriendelijk van U."

De twee jongens die waren uitgestapt helpen de reizigers. In de wagon staan er nog eens twee meisjes. Eentje komt naar me toe en ik overhandig haar mijn ticket. Ze loopt me voor naar mijn coupé. Jong ding, lekker kontje, sensueel gangetje, lange haren, jammer dat ik zo'n ouwe vent ben. Als dit een voorgerechtje is van wat er in de zon te snoepen valt, … …

Bij coupé 6 aangekomen draait ze zich om en kijkt me lachend aan.

"Nog veertien dagen," zegt ze glimlachend.

"Wat bedoel je, nog veertien dagen ?"

"Dan ben je net zo oud als ik."

Verbaasd kijk ik haar aan.

"Kan jij een beetje mijn gedachten lezen ?"

"Verplichte cursus als treinbegeleidster, mensen durven niet altijd hun noden uiten." "Veertien dagen is lang hoor, met de trein."

"Bedoel je dat ik terug twintig zal zijn ?"

"Als we op de maan vertrekken begint het al, elke dag een beetje jonger."

Ze wijst me de weg in het coupé. Groot is die niet, comfortabel, erg geriefelijk maar niet echt groot. Er is een restauratie- en een salonwagen elke 10 rijtuigen. Ze beantwoordt vragen, licht me in over van alles, zegt me waar ik haar kan vinden als ik wat nodig heb en verlaat me dan. De bagage opgeborgen, mijn jas uit gedaan stap ik naar coupé 8 waar de man zou zijn met wie ik een praatje heb gemaakt.

"Zeg opa, wist jij dat we steeds jonger zullen worden hoe dichter we de zon naderen ?" "Als we aankomen zouden we terug twintig zijn."

"Neen, dat wist ik niet, maar het zou me niet verbazen."

Over zijn brilletje kijkt hij me aan. In gedachten verzonken gaat hij op de rand van het bed zitten.

"Twintig, mensenlief, dat is, ……. 63 jaar geleden."

"Op welke muziek dansten jullie toen ?" "Rock and roll ?" "Toen ik twintig was dansten we op disco." "Tegenwoordig is het Techno, elke generatie heeft zo zijn muziek." "Er blijkt een fuifwagen te zijn alle 50 rijtuigen." "Heb al een afspraakje gemaakt met de stewardess." "Wat denk je, ergens in de tweede week ?" "Als we terug tussen de dertig en de twintig zullen zijn ?"

"Hoe zou het dan met kinderen zijn ? " "Worden die dan op korte tijd ouder ?"

"Geen idee, misschien groeien die rustig verder in de zon en stoppen met ouder worden als ze twintig zijn."

"Klinkt logisch ja." "Neen jongen, ik was geen danser." " Ik heb mijn hele leven veel studie gedaan."

"Er is één bibliotheek wagen." "Kijk we hebben allemaal een computer in onze coupé, we kunnen online boeken uitzoeken en die worden dan gebracht door de stewards."

"Dat is mij verteld ja, daar ga ik zeker gebruik van maken, ik denk niet dat ik me erg zal vervelen de komende twee weken."

"Wat mij verwondert is dat er niemand van de trein afstapte toen die aankwam."

"Die vraag heb ik gesteld aan de stewardess, het station van aankomst is aan de andere kant van de planeet, kwestie van organisatie." "Voor de Solar Express maar enkele minuten rijden."

Hij doet zijn brilletje af en legt zich op het bed. Ik kan ook wel een beetje rust gebruiken, die tocht naar het station was een heel eind. Ik ga terug naar mijn coupé en leg me ook op het bed. Zal wel even duren alvorens de trein vertrekt, Zoveel mensen die zich moeten installeren.
Het is een dag rijden naar de maan, vanaf de maan rijdt hij op volle snelheid door het duistere heelal. Benieuwd wat er op de maan te zien is. Niks waarschijnlijk, kraters, veel kraters ja.

De lichten in mijn coupé gaan aan, langzaam komt er beweging in de trein. Tjoeketjoek,…… tjoeketjoek, … … tjoeketjoek,…… tjoeketjoek, … … Er komt geen licht meer door het raam, het is donker daarbuiten, waarschijnlijk zullen we nu in de tunnel rijden. Een tijdje blijft het duren en dan plots schijnt er fel licht door het raam. Ik sta op en ga aan het raam zitten. Met hoge snelheid verlaten we de aarde. Dat is de Noordpool, zeker weten, we zijn uit de Noordpool gekomen. Daar is Groenland, dat zijn de fjorden van Noorwegen, daar is Rusland, zo goed ken ik mijn aardrijkskunde wel, dat was de Noordpool. Als de aankomst aan de andere kant van de planeet is moet het aan de Zuidpool zijn. Aankomen in station zuid, beetje leven op de planeet en vertrekken in station noord. Doorgaand verkeer dus

Klop klop

Ik kijk naar de deur, een meisje staat in de deuropening.

"Hay"

"Hay, antwoord ik, kom binnen."

Ze gaat op het bed zitten.

"Was mij een beetje aan het vervelen, kom van rijtuig 316, jouw deur stond open."

"Ja mijn deur, we zijn weg van de aarde, kijk, die bol was onze planeet."

Blits meisje, zo jong,, daar zit ze op mijn bed, heel spontaan.

"We rijden naar de maan."

"Heb ik gehoord ja, daar blijkt een tussenstop te zijn."

"Daar worden de verstekelingen van boord gehaald."

"Hoe weet jij dat ?"

"Computer," ze springt van het bed af en gaat achter de computer zitten.

"Kijk, kier is een icoontje VGV's."

Ze klikt erop en een venster gaat open.

"Hier kan je naar trefwoorden zoeken uit Veel Gestelde Vragen." "Ik tik maan in."

« Hoe groot is de afstand aarde maan ? »
« Wat is de snelheid van de SE naar de maan ? »
« Hoe lang duurt de reis naar de maan ? »

"Kijk, hier, waarom is er een tussenstop op de maan ?"

« In het maanstation worden mensen met een niet geldig vervoersbewijs van boord gehaald. Het is ter bescherming van deze mensen omdat zij nog niet de juiste gedaantewisseling hebben bereikt en zouden opbranden als de zon genaderd wordt. »

"Zouden we een wandelingetje mogen maken op de maan ?" "Ben daar nog nooit geweest."

"Even kijken," ze scrollt tussen de VGV's over de maan."

"Ik vind er niets over terug." "Wil je dat ik een nieuwe vraag stel ?"

"Kan dat ?"

"Ja, hier kan je een nieuwe vraag intypen."

Ze wacht niet op een antwoord van mij en typt de vraag in.

"Zo, zegt ze, verzonden." "Zouden we antwoord krijgen ?"

Ze staat recht en komt ook aan het raam staan. In de verte zien we de maan steeds dichter bij komen.

"Hoe heet je ?"

"Marina en jij ?"

"Karel." "Hoe oud ben je ?"

"Dertien."

"Dat is jong, wat is er gebeurd ?"

"Dat weet ik niet precies." " Ik liep heel hard achter mijn broertje aan en toen hield een vrouw me tegen." "Ze zei dat ze mijn gids was en dat ik dood was." "Ik geloofde haar niet en toen zij ze achterom te kijken." "Daar lag ik onder een auto in een grote plas bloed." "Mijn broertje stond huilend tegen de auto te stampen." "Ik gilde en schreeuwde maar hij hoorde of zag mij niet." "Dan ben ik met de vrouw meegegaan naar het station." "Ze is bij me gebleven tot ik op de trein ben gestapt" "Ze zei dat er veel kinderen zijn in de zon, ik zal er veel vriendjes hebben." "Hoef niet meer naar school, niet meer te eten, altijd maar spelen." "In de zon is er veel tijd, het is daar altijd."

De computer maakt een geluidje. Snel gaat ze kijken.

"Je hebt een bericht, mag ik het openen ?"

"Ja, kijk maar."

"Ze hebben geantwoord, zal ik het voorlezen ?"

"Ja, graag."

« Beste reiziger, er is een stoptijd van twee uur nodig op het maanstation. Tijdens deze periode kan U een korte wandeling maken. Een kwartier voor vertrek zal een fluitsignaal geblazen worden. Indien het uw wens is de maan te verkennen, U gelieve contact op te nemen met de hoofdstewardess van uw rijtuig. Zij zal voor U een verblijf en een nieuwe reservatie voor de volgende SE regelen. »

« Indien U verdere vragen hebt,… …etc …… etc, … … »

Ze kijkt me aan.

"Een hele maand op die kale bol met putten," zegt ze als ze een vies gezichtje trekt ?

"Neen, antwoord ik, daar heb ik ook geen zin in, maar even rondsnuffelen wel."

"Ik zal even - dank U - antwoorden." "Heb jij lang op de trein gewacht ?"

"Bijna een maand ja, de vorige was net vertrokken." "Heb met mijn gids een korte wereldreis gemaakt." "Veel plaatsen op de planeet gezien waar ik altijd al eens naartoe wilde."

"Ik vier dagen, we zijn met de dolfijnen gaan zwemmen en tussen de pinguïns gaan wandelen." "Ik heb op de rug van een walvis gevaren en aan de schouders van een hele grote rog gehangen." "Ik heb nu geen lucht meer nodig en kan zo lang onder water blijven als ik wil." "Dieren kunnen je zien als je dood bent, wist je dat ?"

"Neen, maar ik heb me wel dikwijls afgevraagd waarom sommige honden blaffen als er niets te zien is."

Ze gaat op mijn bed liggen. Ik kijk door het raam, de aarde is nu iets groter dan een voetbal, ver weg al. Daar heb ik dan vijftig jaar op geleefd.

"Kijk, de aarde wordt steeds kleiner."

Ze antwoordt niet, ze is in slaap gevallen. Ik schuif wat onderuit in de zetel en leg mijn hoofd achteruit op de rugleuning. Hup naar de zon, nu hoef ik nooit meer te werken, gedaan met rekeningen betalen. In de zon is er veel tijd, het is daar altijd, altijd vrij.



Ergens

Ergens is een wereld waar enkel liefde is,
Waar ik jou mag zeggen hoe diep ik jou bemin.

Ergens is een wereld waar ieder jeugdig is,
Elkander teder zoenen uit liefde binnenin.

Ergens is een wereld waar dierenrijkdom is,
Geschapen en gelaten in dierlijk vrije wil.

Ergens is een wereld waar plantenfauna is,
Kris kras door elkander en toch geen wildernis.

Ergens is een wereld waar 't nergens donker is,
Gedempte zonnestralen zorgen voor
't nachtelijk licht.

Ergens is die wereld, ik weet dat hij bestaat,
Ik durf zelfs te zeggen,
Hij is hier nu vandaag.


Dit verhaaltje is maal gelezen.