63
 
Mama Sandra had mijn optreden bijgewoond tijdens het « Grote Kikkerfeest » (Lees 62 Compleet het noorden kwijt.) Ze vroeg me of ik tijdens het bruiloftfeest, van haar dochter Tamara met Kenny, iets dergelijks wilde doen. Met de toestemming van de betrokkenen zijn de namen ongewijzigd gebleven.

Het verhaaltje gaat over het gezin Patrick Vandenweghe (papa), Sandra Quick (mama) en hun kinderen Tamara, Sarina, Romario, Palmira, Lorenzo en Remco. Zij baten de taverne Den Turfsteker uit. Tijdens de bruiloft was Tamara al zes maanden zwanger. Tamara wilde een kindje en daar gaat het allemaal over.



Tamara wil een kindje.


Tamara en Kenny zijn in blijde verwachting. Dat is niet zomaar vanzelf gekomen, daar is wel iets aan vooraf gegaan. Daar wil ik het even over hebben. Laten we terug gaan in de tijd, volgens mijn research in de familie, ongeveer een vijftal jaren, toen er van Kenny en "Den Turfsteker" nog geen sprake was.


Tamara wil een kindje. Als jonge vrouw heeft ze technisch alles meegekregen om aan het moederschap te beginnen. De natuur heeft haar van al het nodige voorzien, getuned en afgeregeld dat er in haar een kinderwens groeit. Als oudste zus van een resem broertjes en zusjes heeft ze ondertussen wel geleerd dat kindjes niet uit de bloemkolen komen. Ze heeft al genoeg bloemkool gegeten en klaargemaakt en nog nooit een kindje in tegen gekomen. Een enkele keer een rups maar geen kindje. Telkens er een nieuw broertje of zusje geboren werd stond er op het geboortekaartje een ooievaar. Kindjes worden gebracht door de ooievaar. Tamara verzint een plan om een ooievaar te lokken die haar een kindje zal brengen.

Ergens, tussen al de overblijfselen van haar kindertijd, ligt er nog een opblaasbaar plonsbadje. Tamara blaast het op en vult het met water. Ze gaat naar de dierenwinkel en koopt er enkele goudvissen. De theorie is dat een ooievaar geen kindje in een draagdoek aan zijn snavel kan hebben hangen en eten tegelijk. Als de ooievaar in het voorbij vliegen de visjes opmerkt in het plonsbadje zal hij landen, legt het kindje even opzij om te eten en dan komt Tamara te voorschijn en ritselt het kindje weg.

Tamara gaat achter een raam op de uitkijk zitten. Ze wacht, ze wacht en ze wacht tot er een ooievaar landt. Van het lange wachten wordt Tamara moe en valt in slaap. De ooievaar wil maar niet komen maar wie er wel komt dat is de poes. Nieuwsgierig zet ze haar pootjes op de rand van het opgeblazen plonsbadje en kijkt lekkerbekkend naar de visjes. Pats, doet het plonsbadje, pssssss. De kat springt verschrikt weg. De nageltjes van de poes zijn door het plastiek gedrongen en de lucht ontsnapt. Het plonsbadje gaat af en het water loopt eruit. Spartellend snakken de visjes naar water. De kat springt erop af en doet zich tegoed aan een lekkere maaltijd verse vis.

Op dat moment wordt Tamara wakker, rent woedend naar buiten maar te laat en de kat spurt weg. Huilend rent ze naar mama Sandra en verteld wat er gebeurd is. De kat heeft haar lokvisjes opgegeten. Mama Sandra luistert met grote ogen en kan niet begrijpen dat haar volwassen dochter nog in de ooievaar geloofd. Zichzelf geen raad wetend, hoe haar dochter te vertellen hoe de vork in de steel zit, verteld ze haar dat ooievaars enkel maar landen in een kraamkliniek.

Opnieuw gaat Tamara naar de dierenwinkel en opnieuw koopt ze een zakje met water en goudvissen. Met het zakje goudvissen in de hand stapt Tamara naar een hospitaal, afdeling kraamkliniek. Ze komt op een rustig moment als er geen bezoek is en gluurt in de kamers. Aan elke kamer hangen geboortekaartjes tegen de muur met een afbeelding van een ooievaar en tekst;

« De ooievaar heeft Liesje gebracht. »
« De ooievaar is gekomen en Jantje is geboren. »
« De ooievaar heeft ons Markse, een zusje Mieke gebracht. »


Ons Mama heeft gelijk, denkt Tamara, hier moet ik zijn. Met haar zakje goudvissen in de hand sluipt ze door de gangen. Hier ga ik een ooievaar lokken. Mama's liggen met hun kindje op hun borsten, op hun buik, naast hun kindje en liefkozen het en andere mama's liggen met hun kindjes in hun armen te slapen. Het kriebelt echt en overal bij Tamara, ik wil ook een kindje, hier ga ik een ooievaar lokken.

Een dienstdoende verpleegster merkt Tamara op, die er niet hoort te zijn, en spreekt haar aan.

"Kan ik U helpen mevrouw ? "

Tamara verteld haar verhaal over de ooievaar, de visjes, de kat en dat mama gezegd heeft dat ooievaars enkel in een kraamkliniek landen.

"Maar mevrouw, zegt de verpleegster, je moet geen ooievaar lokken maar een vent."

"Een vent," roept Tamara verontwaardigt !

"Ik denk dat U toch maar beter een afspraak met de gynaecoloog zou maken om U het één en ander te laten verduidelijken."

Wat is nu weer een gynaecoloog, denkt Tamara, is dat iemand van geographic channel misschien ?

De dienst doende gynaecoloog wordt opgepiept voor een acute consultatie voor een vrouw met een chronische kinderwens. Een heel uur lang zit Tamara bij de gynaecoloog, vakkundig verteld hij haar op medische wijze hoe de vork in de steel zit. Rood als een tomaat komt Tamara blozend buiten. Zij naar mama Sandra.

"Mama, … jij en papa, … hebben jullie ……? "

Mama Sandra slaat rood aan, haar dochter heeft de waarheid ontdekt. Beiden bijten ze door de zure appel. Er komt dus een man aan te pas. Tamara moet een man lokken, hoe zal ze dat klaarspelen ?

Het gezinnetje Quick en Weghe gaan op een avond naar een familie feestje. Hup, met z'n allen gaan ze fuiven. Tamara neemt het aanwezige potentieel aan mogelijke kandidaten ter studie en vind haar ding er wel tussen. Ze verzint een loktechniek. Ze opent haar decolté iets meer, doet haar benen over elkaar en trekt haar kleedje iets op zodat haar knieën te zien zijn. Tamara wacht af maar het duurt volgens haar wat te lang en ze trekt haar kleedje nog wat verder op zodat er iets meer bovenbeen te zien is. Het duurt allemaal veel te lang en ze trekt haar kleedje nog wat verder op zodat er al flink wat bil bloot komt. Sarina kijkt naar haar zus en zegt:

"Wat ben jij nu aan het doen ?"
"Ik ben een vent aan het lokken."
"Ja, ga dan gelijk helemaal in je blootje zitten."
"Moei je er niet mee, ik wil een kindje."

Uiteindelijk heeft er dan toch ene Tamara opgemerkt en wie stapt er op haar af ? De Kenny.

De Kenny is niet van de snelste. Verder dan een eerste kennismaking komt het die avond niet en onverricht ter zaken keert ze teleurgesteld terug naar huis. Geen vent, geen kindje.

Het leven gaat verder. Een jaar later vertrekt de familie Quick en Weghe op vakantie naar Frankrijk. Hup, het hele zooitje naar de caravan. Wie komt ze daar opnieuw tegen ? De Kenny ! Tamara spurt in de caravan en trekt snel haar stoute slip aan. Met haar handen in haar zij spreekt ze de Kenny aan en vraagt hem bodweg of hij met haar een kindje wil maken. De Kenny, koelbloedig aan en blikje bier, zegt tussen de sloeken door; "Jot"

Tamara grijpt de Kenny bij zijn hand en sleurt hem de caravan binnen.

"Iedereen buiten," roept Tamara !

IJlings verlaat iedereen de caravan en buiten staan ze in lijn angstig toe te kijken. De caravan wipt op en neer en schud gevaarlijk van links naar rechts.

"Mama, dadelijk is onze caravan in frennen uit elkaar."

Plots is het rustig, de caravan beweegt niet meer. Na een tijd vliegt de deur open. Meer dood dan levend hangt de Kenny in het deurgat. Snel rennen mama Sandra en Patrick ernaartoe en ondersteunen hem. Ze leggen de uitgeputte Kenny op een veldbedje. Sarina legt ijsblokjes op zijn hoofd om de oververhitte Kenny af te koelen.
Een beetje moe, maar zeer voldaan, ligt Tamara plat op haar rug in het bed. Ik krijg een kindje.

Kenny en Tamara zijn ondertussen een koppeltje geworden. De maanden gaan voorbij maar van een kindje is er geen spraken. Hoe ze ook de sterren uit de hemel rampetampen dat de maan zich uit schaamte achter een wolk verbergt, er komt maar geen kindje.

Maar het leven gaat verder en ondertussen heeft de familie Quick en Weghe, taverne "Den Turfsteker" overgenomen. Op een rustige namiddag zit Tamara achter de toog aan haar laptop. Googelend naar kruippakjes, kinderkamers, luiers en alles over baby's. Tamara is ten einde raad, ziet geen oplossing meer, het kindje komt maar niet. Dromend zit ze alleen in een lege kroeg achter haar laptop.

De deur gaat open, een klant komt binnen. Het is mijnheer pastoor.

"Dag Tamara."
"Dag mijnheer pastoor."
"Voor mij een Duvel a.u.b."

Mijnheer pastoor neemt een krant en zet zich aan een tafeltje. Als mijnheer pastoor het niet weet, weet niemand het, denkt Tamara. Ze schenkt de Duvel uit en rent snel naar boven. Opnieuw trekt ze haar stoute slip aan, rent snel terug naar beneden, neemt het glas Duvel en serveert de pastoor.

"Mag ik U iets vragen ?"
"Zeker Tamara."

Tamara neemt plaats tegenover mijnheer pastoor.

"Ik wil een kindje."

Mijnheer pastoor fronst zijn wenkbrauwen. Ja, ik ook, denkt mijnheer pastoor, maar voor mij ben je iets te oud.

Tamara doet haar verhaal. Dat kindjes niet uit de bloemkolen, komen dat wist ze al. Dat van de ooievaar is een fabeltje en een vent dat werkt van geen meter. Ze weet het niet meer en ze wil perse een kindje.

Glimlachend knikt mijnheer pastoor begrijpend.

"Mijn kind, als je met je vriend een gezin wil stichten, dus ook kindjes, dan zal je voor het aanschijn God moeten verschijnen en jullie in de heilige echt laten verbinden door hem."

Onbegrijpend kijk Tamara met grote ogen naar mijnheer pastoor.

"Heb je dat ook met onder tekst ?" "In het Vlaams ?"'
"Jullie zullen moeten trouwen."

Door de hand van God geslagen laat Tamara zich achterover vallen in de stoel waar ze in zit. Trouwen, aan haar lijdensweg komt maar geen einde. Hoe moet ze Kenny zover krijgen dat hij haar ten huwelijk vraagt ? Zij draagt de stoute slip maar hij de broek. Hij moet haar ten huwelijk vragen.

Tamara zou Tamara niet zijn als ze geen plannetje zou verzinnen. Ze stapt naar de krantenboer en koopt er een stapel tijdschriften. Bruidsjurken, trouwringen, alles over huwelijken en trouwauto's. In den Turfsteker gaat ze aan een tafeltje zitten en bladert door de boekjes. Telkens weer en opnieuw en opnieuw in dezelfde boekjes. Iedereen begrijpt onbesproken waar Tamara mee bezig is uitgezonderd de Kenny, die snapt er niks van. Na een week is het op een avond druk in het kroegje en Kenny vraagt aan Tamara of het haar zou passen even te komen helpen in plaats van in die stomme boekjes te bladeren. Patrick zit aan de hoek van de toog en kan niet meer tegen de naďeve onwetendheid van zijn toekomstige schoonzoon. Neemt Kenny bij de bovenarm en trekt hem in de keuken.

"Moet jij eens goed naar me luisteren, wij zullen hier eens een gesprek hebben van man tot man. " "In wat voor soort boekjes zit Tamara te bladeren ?"
"Ja, trouwtoestanden."
"Trouwtoestanden, juist ja, luid er dan bij jou geen klokje ?"

Kenny denkt diep na. Dan trekt hij grote ogen en zijn mond valt open.

"Juist ja, zegt Patrick, wat ga jij nu doen ?"

Trillend op zijn benen stapt Kenny op Tamara af. Valt op zijn blote knieën en voor het aanschijn God vraagt hij haar plechtig ten huwelijk. Juichend springt Tamara recht. Trekt Kenny overeind, sleurt hem voorbij den toog, door de keuken recht naar boven, naar de slaapkamer. Iedereen in de kroeg houd zijn handen boven zijn hoofd en kijken angstig omhoog. Dadelijk valt het plafond hier naar beneden.

Nulla tenaci invia est via. (Latijnse spreuk)

Of met andere woorden, voor de volhouder is geen weg onbegaanbaar.

Eind goed, al goed en moge dit sprookje eindigen zoals alle sprookjes, ze leven nog lang en gelukkig.



Dit verhaaltje is maal gelezen.