64
 
Kerstmis 2010

Thuis is waar jij bent.


Dikke sneeuwvlokken dwarrelen uit de hemel, al dagen lang. De strooidiensten doen er alles aan onze wegen sneeuwvrij te houden maar het lukt maar pover. De boeren zijn bijgesprongen en met hun schaven houden ze de wegen berijdbaar. Telkens opnieuw want die dikke vlokken blijven maar dwarrelen.

Het is nog vroeg in de avond en het is al donker. Straatlantaarns verlichten de weg en in hun schijn zie ik de vlokken dwarrelen. Achter dubbele beglazing in de zetel met een brandende houtkachel, kijk ik door het raam naar buiten. Een beetje het voordeel van mijn werk, een heel jaar breek ik dingen af en hou het hout voor in de winter. Besparen op de energie rekening anders vliegt het gas door de meter ten voordele van een handvol mensen die er gigantisch rijk van worden.

In de zetel trek ik mijn voeten op, in kleermakerszit, lekker onder een warm dekentje. Ze heeft de kerstboom getuigt met balletjes en lichtjes, daar is ze de hele dag mee bezig geweest, elk jaar hetzelfde ritueel. De Noorderster staat er boven op, die heb ik erop gezet. Dat is mijn taak, die blijft netjes verpakt tot ik thuis kom en hem er dan op zet. Ook het halen en later afvoeren van de boom is een jaarlijkse bezigheid voor mij rond deze tijd. Er liggen pakjes onder, voor haar en voor mij, ben echt benieuwt wat ze voor mij gekocht heeft.

Langzaam en voorzichtig reiden auto's voorbij. Voetgangers dik in winter outfit. Sneeuw of geen sneeuw, we moeten er eenmaal door. Ik nu even niet, ik ben thuis en ga de deur niet meer uit, toch vanavond niet meer. Met dit weer valt er voor mij ook weinig te werken. Gelukkig is het een goed jaar geweest en kunnen we ruimschoots door de winter. Hard genoeg gewerkt, nu voorlopig lekker lang uitslapen met ons tweetjes in ons warme bed. Uit gewoonte word ik vroeg wakker, sneeuwvlokjes blijven uit de hemel dwarrelen en ik kruip dan dicht bij haar. Gelukkig voor mij heb in net zo'n slaapkop gevonden als ik.

Er is weinig licht in onze woonkamer. De lichtjes van de kerstboom, het licht van het brandende vuur in de kachel, een sfeerlamp en het licht van de straatverlichting dat en beetje binnen schijnt. De gordijnen zijn open, daarbuiten is het koud en binnen is het lekker warm. De poes springt op de zetel waar ik in zit. Ze trippelt naar mij, niet mijn poes, ze is van haar en ze kent ze al langer dan mij. Ze kijkt me aan, als je een hond was, zou je me dan een likje geven ? Ze draait rondjes in mijn schoot maar besluit dan haar plekje te kiezen tussen mij en de armleuning waar ik tegen lig. Ik streel over haar kopje.

In haar badjas komt ze uit de badkamer en komt dicht bij me zitten in de zetel, samen onder het warme dekentje, haar hoofd op mijn schouder en haar handen in mijn schoot. Ik leg een arm om haar en trek het dekentje zodat het ons beiden bedekt.

"Vind je het mooi daarbuiten," vraagt ze ?

"Eigenlijk niet neen, maar jij maakt het allemaal zo mooi."


Dit verhaaltje is maal gelezen.